Leesvermaak 13 – Stoppen voor rood? No way!


stoplichtDoor Marcel van Stigt – Het rode verkeerslicht. Als automobilist heb ik er ontzag voor, als voetganger niet. Zodra het maar enigszins kan, negeer ik het. Ook in de Purmerendse binnenstad.  Een bekentenis …

Het zal wel een combinatie zijn van mijn ongeduldige karakter en Amsterdamse afkomst. Anders kan ik het niet verklaren. In onze hoofdstad is het een goed gebruik om het rode verkeerslicht te negeren. Een beetje Amsterdammer haalt daar de schouders voor op. Neem de De Ruijterkade, achter het Centraal Station, daar waar de veerponten af- en aanmeren. Rood of groen, het is de mensen om het even. Zodra het maar enigszins mogelijk is, lopen ze in drommen naar de overkant. Automobilisten die daar regelmatig rijden weten al niet beter en houden automatisch in, ook al hebben ze recht op een vrije doorgang. Taxi- en buschauffeurs tel ik overigens niet mee. Die rijden over het algemeen sowieso door.

Of de Prins Hendrikkade, ter hoogte van het Victoria Hotel. Ook daar staat permanent een menigte voetgangers in de startblokken, klaar om over te steken. De kans om te worden overreden is daar een stuk groter, maar daar lijkt niemand voor terug te schrikken. Toeristen doen braaf mee. Die denken kennelijk dat het bij de Amsterdamse folklore hoort.

Zelf ben ik ook onverbeterlijk. Ik mis simpelweg het geduld om op het groene licht te wachten. Dat geldt ook als ik in de Purmerendse binnenstad moet zijn. Mijn auto laat ik altijd achter op de Schipperslaan, want dat scheelt weer wat parkeergeld, en dan loop ik via de Hoornse Brug naar het centrum. Bij de Gedempte Where staan verkeerlichten en daar schaar ik me tussen de wachtende voetgangers. Die blijven in de regel keurig staan, ook al is het snijdend koud of komt de regen met bakken tegelijk naar beneden.

Heel netjes, maar ik pak dat anders aan. Als het iets te lang naar mijn zin rood blijft, schat ik de verkeerssituatie in en als het kan, steek ik snel over. En dan niet even wachten op de middenberm, nee, ik doe het meteen goed en spoed me in één keer naar de overkant. Dan zie ik de mensen kijken. De blikken variëren van ‘Zo, die durft!’ tot ‘Hé, dat mag helemaal niet!’ Een enkeling volgt mijn voorbeeld, zij het wat beschroomd, maar meestal toont met een heilig respect voor het rode licht.

Laatst deed ik het weer en dat werd door een moeder, die met haar zoontje van pakweg 6 jaar naast me stond, niet bepaald gewaardeerd. In eerste instantie hield ik me nog keurig aan de regels en wachtte ik op het groene licht. ‘Kijk,’ zei ze tegen het jochie, ‘zoals die meneer doet, zó hoort het.’ Kennelijk diende ik als voorbeeld. En precies op dat moment trok ik een pittig sprintje naar de overkant, net na een passerende auto. Het kind liet ik in verwarring achter, de vrouw in grote verbijstering.


 

Marcel van Stigt (1961) is journalist en (tekst)schrijver. Hij schrijft levensverhalen voor particulieren (zie http://www.marcelvanstigt.nl/) en webteksten voor ondernemers (zie http://www.prettigleesbaar.nl/). Het menselijke verhaal staat bij hem centraal.

 

Marcel