Keramiek uit de Rijkscollectie – vier decennia BKR in het Purmerends Museum


 

Het Purmerends Museum organiseert vanaf 19 december  in samenwerking met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed een tentoonstelling waarin Nederlandse kunst centraal staat die tussen 1949 en 1987 werd gemaakt dankzij de Beeldende Kunstenaarsregeling (BKR). Het museum richt zich daarbij specifiek op het tonen van bijzondere werken in keramiek.

Vanaf 1949 tot 1987 kende Nederland een regeling waarbij de overheid beeldend kunstenaars financieel ondersteunde in hun kunstenaarschap: de Beeldende Kunstenaarsregeling (BKR). Dankzij deze directe overheidssteun konden talloze kunstenaars in alle rust aan hun oeuvre werken en werden het Rijk en gemeenten duizenden kunstwerken rijker.

De Beeldende Kunstenaarsregeling was in de naoorlogse jaren van groot belang voor Nederlandse kunstenaars. Dankzij een initiatief van het ministerie van Sociale Zaken kregen kunstenaars vanaf 1949 tijdelijk een inkomen in ruil voor een artistieke tegenprestatie. Dit kon een kunstwerk zijn of een dienst, zoals een tentoonstelling organiseren. De BKR was uniek. Nergens anders ter wereld heeft een subsidie bestaan die kunstenaars in staat stelde zich onbelemmerd te ontwikkelen.

Van begin af aan was er wel kritiek. De regeling had een open einde en bovendien werd iedereen die aan de criteria voldeed toegelaten. Vanaf 1969 groeide het aantal kunstenaars en kunstwerken in de regeling zo hard dat er moest worden ingegrepen. Het Rijk scherpte de toelatingseisen aan en stelde de subsidie ter discussie. Nieuwe aanpassingen leidden tot protestacties, zoals bezettingen van musea. Tenslotte vond de regering deze vorm van subsidie te exclusief en te duur en hief haar per 1 januari 1987 op.

Nederland was dankzij de BKR uiteindelijk ruim een half miljoen kunstwerken rijker. De aangekochte werken werden verdeeld tussen het Rijk en de gemeenten. Van de 221.000 werken van het Rijk kregen ongeveer 20.000 kunstwerken een museale status. Deze stukken, tegenwoordig in beheer van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, worden zo veel mogelijk aan publieke instellingen uitgeleend.

Met deze tentoonstelling wordt voor het eerst de rijkdom en diversiteit van het keramiek uit de BKR getoond. Met zijn uiteenlopende onderwerpen en stijlen, geeft het een mooie dwarsdoorsnede van de Nederlandse keramiekgeschiedenis uit de tweede helft van de vorige eeuw. Enkele van de kunstenaars die zijn vertegenwoordigd in de tentoonstelling zijn: Lotti van der Gaag, Vilma Henkelman, Geert Lap,  J.A. Mantje, Johan Polet, Han Rädecker, Pablo Rueda Lara, Theo Schabbing, Louis Visser en Irene Vonck.

Het museum sluit met deze tentoonstelling aan bij het landelijke project Een Monument voor de BKR, waarbij er naast een boek van Fransje Kuyvenhoven ook een tentoonstelling in het Gorcums Museum is met vooral werk op doek of papier.

 

Bij de afbeelding: L. (Louis) Visser– Vogel, 1958