Leesvermaak 20 – Hittegolf: die man met de string


de man met de stringDoor Marcel van Stigt – Ook Purmerend ging – en gaat misschien nog steeds – gebukt onder een hittegolf. Dan is er eigenlijk maar één optie: op naar de zee. Daaraan heb ik vorig jaar zomer een keer gevolg gegeven. Het werd een  héél spannende zomeravond op het Schoorlse strand.

Het was een hete dag geweest en mijn vrouw en ik zochten daar  ’s avonds verkoeling. Ruim een uur dobberden we in het zeewater rond. Maar toen de zon langzaam oranje kleurde werd het toch wat fris. We besloten eruit te gaan.

Er waren nog veel badgasten om ons heen. En dus kwam ik met een dilemma te zitten: hoe moest ik mijn natte zwembroek verwisselen voor een droge onderbroek zonder mijn edele delen prijs te geven? Zoiets vergt enige handigheid, maar die mis ik helaas.

Terwijl ik, staand en met de handen in de zij, mijn hersenen pijnigde over hoe ik dit varkentje het best kon wassen, ging mijn vrouw alvast aan de slag. Al snel riep ze: ‘Zeg, gaat het nog gebeuren of blijf je de hele avond zo staan?’ Ik stond nog steeds in dezelfde positie en het begon nu toch wel èrg fris te worden. Het werd hoog tijd om tot actie over te gaan.

Ik besloot erbij te gaan zitten. Naast mijn vrouw op een badhanddoek. Mijn linkerflank was daarmee in ieder geval afgedekt. Pal naast mijn rechterheup zette ik mijn tas in het zand, dus ook dat was geregeld. Op het moment dat er niet zo veel publiek rondliep vouwde ik een kleinere handdoek vanaf de achterkant om mijn bekken, stroopte mijn zwembroek vanaf dezelfde kant een stukje af en begon me snel af te drogen. Zo werkte ik steeds meer naar voren toe. Het verliep voorspoedig, maar toen moest mijn zwembroek nog uit. Ik wurmde me eruit, droogde het kruiswerk haastig af en pakte meteen mijn onderboek.

Door mijn geschutter had ik niet op mijn omgeving gelet. Dat had ik beter wel kunnen doen. Op slechts twintig meter afstand naderden acht tienermeisjes. Ze hadden geen oog voor ons, maar dat kon nooit meer lang meer duren. Snel wilde ik mijn onderbroek aantrekken, maar ik verloor kostbare seconden. Mijn rechterhiel bleef haken.

Het ergste moest nog komen. Mijn dijen waren nog vochtig en daardoor rolde mijn onderbroek op, in plaats van dat hij op zijn plek kwam te zitten. Ik was geklopt. Ik liet me plat op mijn rug vallen, tilde mijn bekken op en begon wild aan mijn onderbroek te trekken. Die rolde nu helemaal op en kwam als een dik koord om mijn dijen te liggen. De meisjes liepen bijna langs. In één beweging draaide ik me op mijn buik, trok mijn onderbroek wanhopig in één ruk omhoog, waardoor die bijna geheel in mijn bilnaad verdween, en hield mijn adem in.

Het verwachte gegiechel bleef uit. Wel hoorde ik iets in de trant van: ‘Echt geen pan, die kerels met een string’. Maar toen waren ze gelukkig alweer voorbij.


Marcel van Stigt (1961) is journalist en (tekst)schrijver. Hij schrijft levensverhalen voor particulieren (ziehttp://www.marcelvanstigt.nl/) en webteksten voor ondernemers (zie http://www.prettigleesbaar.nl/). Het menselijke verhaal staat bij hem centraal.