Expositie 200 jaar Groot NoordHollandsch Kanaal


Verscholen in het landschap van Noord-Holland ligt een 80 km lange verkeersader die bij de aanleg nogal wat teweeg bracht. Het is te zien in de reizende expositie 200 Jaar ‘Groot Noordhollandsch Kanaal’. Van 24 mei-27 oktober 2019 in het Purmerends Museum.

In 1819 tekende de ‘Kanalenkoning’ Willem I het Koninklijk Besluit voor de aanleg van het ‘Groot Noordhollandsch Kanaal’. De vaarroute, die van Amsterdam via Purmerend en Alkmaar naar Den Helder voer, moest Amsterdam weer toegankelijk maken voor handelsschepen en de marine. Maar dit gebeurde niet zonder slag of stoot. Economische belangen en geldgebrek zette de bevolking van het platteland tegenover de steden, de arbeiders tegenover de aannemers en de steden tegenover de koning.

In 1815 werden de voormalige Oostenrijkse Nederlanden (België) met het grondgebied van de oude republiek verenigd om te dienen als buffer tegen het verslagen Frankrijk. Zo ontstond het Verenigd Koninkrijk waarover Koning Willem I als vorst zou gaan regeren. De energieke Willem was van zins om zijn koninkrijk tot economische bloei te brengen waarbij de infrastructuur van de Nederlanden een belangrijke rol speelde.

Jan Blanken kreeg in 1818 de opdracht om een kanaal te ontwerpen dat voldoende breed was om twee Linieschepen van de marine elkaar te laten passeren.
Juli het jaar daarop begon de aanleg van het ‘Groot Noordhollandsch Kanaal’. Er werden duizenden arbeiders, honderden paarden, tientallen baggermolens en honderden schuiten ingezet om de klus te klaren. In de droge stukken van het tracé groeven de mannen handmatig sleuven van zo’n 2 meter diep. Nadat die met water waren gevuld, werden ze met de hand verder uitgebaggerd tot een paardenmolen kon worden ingezet. De bagger werd gebruikt voor het jaagpad. Het immense project duurde vijf jaar. Arbeiders werkten voor een hongerloontje en sliepen in schuren of houten keten. Er waren dan ook regelmatig ongeregeldheden.

De nieuwe verkeersader zette ook de verhouding met de aan het kanaal grenzende steden op scherp. Zo werd er in Purmerend weinig nut en voordeel van verwacht, de jaarlijkse bijdrage werden als belastend gezien, bovendien beschikte de stad al over een prima verbinding met Amsterdam waarop gebruik gemaakt werd door niet minder dan 48 veerschuiten. Pas na een flinke schadeloosstelling ging de gemeente overstag en bleek in de decennia erna dat het kanaal een niet onaanzienlijke economische bijdrage leverde aan de stad en de bevolking. Zo profiteerden de markten van het transport over water, de middenstand van de schepen die aanlegden bij de sluizen en kon er een bloeiende houthandel ontstaan.
Na circa 1880 verminderde de bloeitijd. Door de komst van het Noordzeekanaal veranderede het belang van het Noord-Hollands kanaal. In de loop der jaren nam het werkverkeer steeds verder af en bleef met name de pleziervaart over.

In een interactieve en reizende tentoonstelling laat de Provinciale Atlas, de beeldcollectie van de Provincie Noord-Holland, zien hoe dit kanaal er kwam, wat er speelde, hoe deze er uit zag en wat de gevolgen waren na de aanleg. Na Purmerend, is de expositie te zien in Alkmaar en Den Helder.
Kom ook, en graaf in het verleden van het kanaal!

Purmerends Museum, geopend van dinsdag t/m zondag
Kaasmarkt 20 te Purmerend
www.purmerendsmuseum.nl